Twintigduizend titels


OLYMPUS DIGITAL CAMERA

We rijden door de islamitische havenstad Makassar. Het is bloedheet en de droge zwoele wind geeft nauwelijks verkoeling aan de ruim vier miljoen inwoners. De weg is propvol met brommers en het is moeilijk om onze auto tussen de scheurende brommers door te manoeuvreren.
We stoppen voor een shopping mall. Met zeven medepassagiers stap ik de auto uit en we lopen naar de bovenste verdieping van de mall. De grootte van de mall is overrompelend. Onze tassen worden gefouilleerd op de mogelijke aanwezigheid van een bom. Het kost ons vijftien minuten voordat we de boekenzaak bereiken. Met z’n achten gaan we een spannend avontuur aan. In vier dagen moeten we 20.000 boeken met 5.000
titels bij elkaar zien te sprokkelen. Gaan we dat redden?

We zoeken de manager van de zaak. We krijgen te horendat hij zijn voeten wast voor het morgengebed. Zittend op stapels boeken wachten we geduldig op zijn komst. Ik kijk wat om me heen en mijn oog valt op een achtjarig knulletje dat een boekje staat te lezen. Hij lijkt er helemaal in op te gaan. Plotseling maakt hij een beweging met z’n hand en laat het boekje in zijn overhemd zakken. Ik kijk verbaasd en bijt op mijn onderlip. Zie ik het wel
goed? Hij pakt een nieuw exemplaar en ook dat boek verdwijnt schielijk in zijn overhemd. Hij pakt een derde boek. Dit boek verdwijnt niet, maar houdt hij koelbloedig in zijn hand. Gemoedelijk loop ik naar hem toe.
‘Vind je het mooi?’ vraag ik en kijk hem diep in de ogen. Hij weet dat ik het weet. Ik zie het aan de blik in zijn ogen. Hij draait heen en weer op zijn hakken, pakt de twee boeken uit zijn overhemd en legt ze terug. Ik tik hem op de schouder. ‘Hier, koop het boek.’ Ik geef hem rupiahs.
Inmiddels is de manager klaar met zijn ochtendgebed. ‘Mijn dag kan niet meer kapot. Het is oké tussen Allah en mij,’ zegt de man glimlachend.

‘Dit zijn zeven leerkrachten die voor vier scholen boeken willen kopen. Ze krijgen een moderne bibliotheek op hun school.’ Ik wijs naar de zeven mannen en vrouwen, zittend op stapels boeken. De manager snapt het en is blij met zo’n grote klant. We spreken af hoe we de inkoop van boeken zullen aanpakken. Helaas, na een uur keren de leerkrachten vermoeid en licht geïrriteerd terug. Voor de meesten is dit niet hun ding. Ze haken af.
Ik leg de manager uit dat ik te hoog heb gegrepen. Hij begrijpt het probleem en stelt vijf jonge medewerkers van zijn zaak aan die me gaan helpen met het verzamelen van de juiste soort boeken. Het zijn net dolle honden en ze beginnen allemaal tegelijk tegen me aan te praten. Ik probeer het systeem van inkopen aan de jonge medewerkers uit te leggen.
We maken een onderverdeling in de keuze van boeken. Ze pakken plastic tassen en beginnen aan hun zoekactie. Maar ik merk dat ieder boek te lang wordt bekeken. De
vier dagen worden op deze manier vier maanden. Ik probeer uit te leggen dat ze in de huid van een leerling moeten kruipen. Ze snappen het en de ene na de andere tas met
boeken wordt verzameld. Op de eerste inkoopdag verzamelen we met elkaar 4.000 titels.

In de namiddag gaan de medewerkers naar huis. Eén meisje blijft tot laat in de avond. Ze vertelt me haar verhaal. Het is een verdrietig verhaal zonder toekomstperspectief. Haar vader is overleden en samen met haar moeder probeert ze als oudste dochter het gezin te onderhouden. Ze heeft geen vast arbeidscontract bij de baas van de boekhandel. Iedere werknemer wordt na twee jaar door een ander vervangen. Het is een systeem dat veel wordt toegepast om zo min mogelijk loon te hoeven betalen. De werkeloosheid is schrijnend.
Als we met de klus klaar zijn geef ik haar geld voor een taxi. Maar voordat ze de boekenzaak uitloopt, houd ik een exemplaar van Harry Potter omhoog.
‘Voor jou.’ ‘Maar dat kost een maandsalaris,’ en ze schudt haar hoofd.
Toch pakt ze het boek aan en geeft me een zoen. ‘Ik ga mijn opa voorlezen. Hij is analfabeet, maar dol op voorlezen.’

(Verhaal uit Sulawesi)

1,091 total views, 1 views today